
“Dat is dan spijtig voor hen.” De Brusselse parketwoordvoerder Jos Colpin doelde met ‘voor hen’ op de slachtoffers van het seksueel misbruik in de Kerk van wie het vertrouwen wel eens geschonden kon zijn nadat hun dossier onvrijwillig verschoof van de Commissie Adriaenssens naar het parket.
Het antwoord van Colpin zindert nog na bij mij. Of ‘voor hen’ vanuit een ironische lezing al dan niet verder door te trekken valt naar de gehele commissie Adriaenssens en de leiding van de Rooms-Katholieke Kerk in België, is niet geheel ondenkbaar. Het is dan ook niet verwonderlijk dat men in deze context van een onvrijwillige vertrouwensbreuk, het institutionele wantrouwen en de hardnekkige Belgische klopgeest ‘vrijzinnigen versus katholieken’ in de commissie Adriaenssens tot de slotsom komt er beter mee te stoppen.
“Dat is dan spijtig voor hen.” Niet alleen binnenkerkelijk, maar ook naar onze eigen Vlaamse samenleving geldt deze uitspraak. De revitalisering van de commissie na de zaak Vangheluwe en haar samenwerkingsovereenkomst met justitie sluit goed aan bij wat Jürgen Habermas onder de idee van een postseculiere samenlevingscontext verstaat. Dat laatste betekent –zeer compact weergegeven- dat de betekenis van religie in de publieke ruimte niet is uitgespeeld en ze daarin terug een rol opneemt met respect voor de seculiere instituties. De religie kan haar eigen religieuze taal gebruiken, die maatschappelijk evenwaarig wordt geacht aan het seculiere taalgebruik. Naar mijn inschatting waren we met de commissie Adriaenssens op zeer goede weg. Helaas was dit misschien te visionair voor sommige instellingen in dit land!
Ik hoop dat de commissie toch een tweede doorstart mag kennen, want ze speelt naadloos in op een maatschappelijk evolutie, die zich empirisch -tot spijt van wie het benijdt- reeds aan het voltrekken is.
Wim Vandewiele
Godsdienstsocioloog KULeuven